Een flinke verhoging van het pensioen: voor ongeveer twee miljoen gepensioneerden lijkt die mogelijkheid dichterbij te komen. Pensioenadviseur Aon heeft voor de NOS berekend wat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel in 2027 kan opleveren. Bij de huidige financiële positie van de betrokken fondsen zijn stijgingen van ongeveer 12 tot 25 procent mogelijk. Maar een definitieve toezegging aan iedere gepensioneerde is dat niet.De belangrijkste voorwaarde zit in de maanden vóór de overstap. Fondsen moeten er financieel goed voor blijven staan. Veranderingen in de rente en de waarde van beleggingen kunnen invloed hebben op het bedrag dat uiteindelijk beschikbaar is. Een gunstige berekening in november is daarom nog geen persoonlijke pensioenbrief voor januari.
Voor welke groep geldt deze verwachting?
De berichtgeving gaat over 37 pensioenfondsen die in 2027 overstappen, met gezamenlijk ongeveer 7,7 miljoen deelnemers. Zo’n twee miljoen van hen ontvangen al pensioen. Onder die gepensioneerden vallen mensen die onder meer in de overheid, winkels, vervoer, het bankwezen en de metaal hebben gewerkt.Aon onderzocht de tien grootste fondsen binnen deze overstap. Die vertegenwoordigen volgens de NOS ongeveer 95 procent van de deelnemers die in 2027 naar het nieuwe systeem gaan. De berekende gemiddelde stijging voor gepensioneerden bedraagt circa 17 procent. Dat gemiddelde betekent nadrukkelijk niet dat ieder fonds en iedere deelnemer hetzelfde percentage krijgt.
Waar komt het extra geld vandaan?
Bij de overgang worden opgebouwde pensioenen omgezet naar de nieuwe regeling. Dat wordt invaren genoemd. Daarbij speelt niet alleen het reeds opgebouwde pensioenvermogen een rol: ook de verdeling van reserves is belangrijk. Een fonds met veel financiële ruimte kan bij de overstap meer vermogen aan deelnemers toedelen dan een fonds met kleinere reserves.Het beschikbare geld wordt niet zonder meer volledig uitgekeerd. Er kunnen bedragen nodig zijn om financiële tegenvallers op te vangen en om groepen deelnemers te compenseren. De afspraken daarover zijn onderdeel van de overgang. De Rijksoverheid legt uit dat werkgevers en werknemers in transitieplannen vastleggen hoe de nieuwe regeling en eventuele compensatie eruitzien.Het bedrag dat bij de overgang extra wordt toegedeeld, wordt vaak een invaarbonus genoemd. Voor gepensioneerden kan die doorwerken in een hogere periodieke uitkering. Voor mensen die nog werken, wordt het bedrag onderdeel van hun pensioenvermogen. Zij krijgen dat dus niet zomaar als vrij besteedbaar geld op hun betaalrekening.
Wat betekent 17 procent in euro’s?
Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk waarom het bericht veel aandacht trekt. Stel dat iemand een aanvullende pensioenuitkering van 1.000 euro bruto per maand ontvangt en daarop daadwerkelijk 17 procent verhoging krijgt. Dan wordt die uitkering 1.170 euro bruto. Bij een uitkering van 500 euro zou dezelfde procentuele verhoging 85 euro bruto per maand schelen.Dit zijn uitsluitend voorbeelden, geen voorspellingen voor een specifieke deelnemer. Bovendien is een stijging van het aanvullende pensioen niet automatisch hetzelfde percentage extra op het totale maandinkomen. Andere inkomsten tellen immers ook mee. Wat iemand uiteindelijk netto ontvangt, is evenmin rechtstreeks uit het genoemde gemiddelde af te lezen.
Meer bewegingsruimte, ook bij tegenvallers
De Nederlandsche Bank benadrukt dat pensioenvermogens in het nieuwe stelsel duidelijker persoonlijk worden bijgehouden. De premie wordt belegd en de resultaten werken door in het pensioen. Gunstige economische ontwikkelingen kunnen een verhoging mogelijk maken, terwijl slechtere resultaten juist druk op de uitkering kunnen zetten.Reserves kunnen die schommelingen helpen beperken. Ze maken een pensioen echter niet volledig ongevoelig voor de economie. Het is daarom belangrijk om een mogelijke verhoging bij de overstap te onderscheiden van een garantie over alle jaren daarna. Een eenmalige verdeling van vermogen kan de startpositie verbeteren, maar toekomstige resultaten blijven meetellen.Voor duidelijkheid over jouw situatie is de informatie van je eigen pensioenuitvoerder doorslaggevend. Daaruit moet blijken wanneer de regeling verandert, welke berekening op jou van toepassing is en hoe definitief die al is. De verwachtingen voor 2027 zijn gunstig, maar het persoonlijke bedrag volgt pas uit de daadwerkelijke uitwerking bij jouw fonds.Bronnen: NOS, Hart van Nederland, Rijksoverheid, De Nederlandsche Bank.