Verdachte van Pride-aanslag Berlijn doodgeschoten, toezicht onder vergrootglas

De 21-jarige Abdul B., die wordt verdacht van de dodelijke aanslag rond de Pride in Berlijn, is tijdens een politieactie doodgeschoten. Volgens de Duitse autoriteiten rende hij bij een volkstuincomplex in Berlijn-Spandau met een mes op agenten af. Leden van een speciale eenheid openden daarop het vuur.

Hulpverleners probeerden B. nog te reanimeren, maar hij overleed ter plaatse. De politie had sinds de aanval intensief naar hem gezocht en waarschuwde dat hij mogelijk gewapend en zeer gevaarlijk was. Zoals gebruikelijk zal ook het schietincident zelf worden onderzocht.

Eén dode en 29 gewonden

De verdachte zou zaterdagavond rond 22.00 uur met een wit bestelbusje zijn ingereden op bezoekers van Pride-activiteiten in de omgeving van de Tiergarten. Een vrouw kwam om het leven en volgens de meest recente berichten raakten 29 mensen gewond. Drie van hen zouden in levensgevaar verkeren.

Getuigen meldden daarnaast dat na de aanrijding iemand uit het voertuig stapte en mensen met een mes aanviel. De autoriteiten onderzoeken nog hoe die tweede fase precies is verlopen en welke rol B. daarbij speelde. Ook moet definitief worden vastgesteld of hij zelf achter het stuur zat en of er andere betrokkenen waren.

Na de aanval werd het afsluitende evenement bij de Brandenburger Tor afgebroken. Bezoekers kregen via schermen en sociale media de opdracht het terrein te verlaten en niet richting de plaats van de aanslag te lopen. Eet- en drankkraampjes sloten en duizenden aanwezigen vertrokken onder politietoezicht.

Al langer bekend bij justitie

B. was geen onbekende van politie en justitie. Volgens een tijdlijn van het Berlijnse Openbaar Ministerie werd hij als minderjarige al veroordeeld voor onder meer mishandeling en diefstal. Later kwamen daar ernstiger signalen bij. In 2024 zou hij via Instagram verboden propaganda van terreurorganisatie Islamitische Staat hebben verspreid.

Justitie stelt dat hij in 2025 via Turkije en Libanon naar Syrië wilde reizen om zich bij IS aan te sluiten. In Libanon werd hij gearresteerd en door een militaire rechtbank tot drie maanden cel veroordeeld wegens onder meer het aanzetten tot religieuze en sektarische conflicten. Na zijn terugkeer in Duitsland volgde opnieuw arrestatie.

Het Duitse OM eiste vervolgens bijna drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens het voorbereiden van een ernstig staatsgevaarlijk geweldsmisdrijf. De rechter legde hem in mei echter een voorwaardelijke straf van een jaar en tien maanden op. Daarbij telden zijn eerdere detentie en voorarrest mee. Ook zou B. grotendeels hebben bekend en afstand hebben genomen van IS.

Hij kwam onder toezicht te staan en moest deelnemen aan een deradicaliseringstraject. Het OM ging tegen de uitspraak in beroep, maar B. mocht de behandeling daarvan in vrijheid afwachten. Juist die beslissing zorgt na de aanslag voor scherpe vragen: waren de voorwaarden stevig genoeg en werd voldoende gereageerd op de opeenstapeling van signalen?

Deradicalisering bleek moeilijk

Het Violence Prevention Network, dat B. begeleidde, voerde in juni en juli twee voorbereidende gesprekken met hem. Directeur Thomas Mücke omschreef hem tegenover de ARD als beheerst, voorzichtig en vriendelijk, maar tegelijk moeilijk bereikbaar. Een derde afspraak stond volgens de organisatie kort na de aanslag gepland.

Begin juli werd ook zijn woning doorzocht vanwege een mogelijke overtreding van de wapenwet. Aanleiding zou een afbeelding op sociale media zijn geweest waarop hij met een wapen poseerde. Agenten vonden uiteindelijk alleen een speelgoedpistool, waarna die zaak werd geseponeerd.

De Duitse autoriteiten gaan vooralsnog uit van een islamistisch motief. Dat betekent dat zij een politiek-religieuze extremistische drijfveer vermoeden; het onderzoek moet de precieze aanleiding en eventuele banden met IS nog vaststellen. Berichten dat B. eerder uit Duitsland zou zijn gezet en eenvoudig via Bulgarije terugkeerde, botsen bovendien met de officiële reconstructie waarin hij in Berlijn zou zijn geboren. Die claims zijn daarom niet als vaststaand te beschouwen.

In Berlijn wordt ondertussen gerouwd. De Brandenburger Tor werd in regenboogkleuren verlicht als steunbetuiging aan de LHBTQ+-gemeenschap. Tegelijk begint de onvermijdelijke bestuurlijke afrekening: wie wist wat, hoe scherp was het toezicht en had een man met dit dossier werkelijk in vrijheid aan deradicalisering moeten werken? Een snel oordeel is makkelijk, maar de tijdlijn vraagt wel om harde en controleerbare antwoorden.

Scroll naar boven