Monique, 49, draait al ruim twee decennia mee in het kantoorleven. Ze komt uit de tijd dat iedereen om 8.30 uur binnenstapte, samen koffie pakte en precies wist wat er van je werd verwacht. Sinds thuiswerken standaard is, voelt haar werkplek als een andere wereld. “Alles is losser geworden,” zegt ze. “Meetings starten later, mensen zijn half aanwezig en je hebt geen idee wie echt aan het werk is.”
Altijd bereikbaar, maar zelden echt aanwezig
Wat haar misschien nog het meest irriteert, is dat je niet meer vanzelf op elkaar kunt rekenen qua bereikbaarheid. “Je tikt een mail of chat en het duurt uren voordat er iets terugkomt,” zegt ze. “Als iemand naast je zit, fix je het meteen; nu blijft het hangen.” Collega’s verschansen zich volgens haar achter een Teams-status of een propvolle agenda. “Ze ogen druk, maar waarmee dan?”
Productief of lijkt het maar zo
Ze weet heus dat statistieken laten zien dat thuiswerken rendement kan opleveren. Toch botst dat met wat ze dagelijks ervaart. “Individueel komt er vast wat uit de vingers, maar de teamspirit is weg.” Samen puzzels kraken, even sparren of snel bijsturen gebeurt amper nog. “Iedereen zit in z’n eigen bubbel en focust vooral op z’n eigen lijstje.”
Verantwoordelijkheid raakt wazig
Iets anders waar ze op afknapt: het is steeds lastiger om te zien wie waarvoor verantwoordelijk is. “Gaat er iets mis, dan schuift iedereen het door.” Vroeger was het volgens haar duidelijk wie je kon aanspreken. “Nu hoor je: dat had ik niet meegekregen, of: ik was die dag thuis.” Ze heeft het idee dat afspraken minder gewicht hebben. “En als je er iets van zegt, ben jij opeens de starre.”

Thuiswerken prima, misbruik niet
Ze benadrukt dat ze niet anti-thuiswerk is. “Voor focus of als het privé beter uitkomt, werkt het uitstekend.” Wat haar stoort, is dat het structureel is geworden en dat er weinig grip op is. “Voor sommigen is het geen hulpmiddel meer, maar een smoes.” Ze ziet mensen die tussen het huishouden door hun werk doen of overdag amper actief zijn. “Dat voel je als team, ook al is het lastig hard te maken.”
De generatiekloof
Leeftijd speelt volgens haar ook mee. Jongere collega’s zijn opgegroeid met flexibiliteit en vinden aanwezigheid minder belangrijk. “Voor hen draait het om output, niet om gezien worden.” Zelf vindt ze werken ook echt samenwerken. “Elkaar zien, aanspreken en bijsturen hoort daar gewoon bij.” Dat verschil wordt zelden uitgesproken, maar zorgt wel voor wrijving.
Een ongemakkelijke constatering
Ze snapt dat haar kijk niet populair is. Thuiswerken staat bij veel mensen gelijk aan vrijheid en vooruitgang. Toch vindt ze dat de nadelen te weinig worden benoemd. “We doen net alsof alles beter is geworden, maar dat is niet zo.” Volgens haar is het tijd om eerlijk te zijn. “Thuiswerken vraagt zelfdiscipline, en niet iedereen heeft die.”
Blijft één vraag over: herken je dit, en maakt thuiswerken collega’s echt luier en minder betrouwbaar, of kijkt Monique vooral met een ouderwetse blik?
