1,2 miljoen Nederlanders gaan volgend jaar voor het eerst belasting betalen over hun spaargeld

Nederlanders die jarenlang netjes geld opzij hebben gezet, kunnen volgend jaar voor een onaangename verrassing komen te staan. Het kabinet wil namelijk de belastingvrije grens voor spaargeld en ander vermogen in 2027 flink verlagen.

En dat kan gevolgen hebben voor veel meer mensen dan eerder werd gedacht.

Uit antwoorden op Kamervragen over het Belastingplan 2027 blijkt dat naar schatting 1,2 miljoen Nederlanders voor het eerst box 3-belasting moeten gaan betalen wanneer de voorgestelde verlaging doorgaat.

Daaronder kunnen ook gepensioneerden en gewone spaarders vallen die tot nu toe helemaal geen belasting over hun vermogen betaalden.

Het voorstel heeft inmiddels tot discussie geleid. Bovendien is nog niet zeker of de verlaging daadwerkelijk wordt ingevoerd.

Belastingvrije grens gaat bijna door de helft

In 2026 mogen Nederlanders €59.357 aan vermogen hebben zonder daarover box 3-belasting te betalen.

Voor fiscale partners geldt een gezamenlijke vrijstelling van €118.714.

Maar het kabinet presenteerde op 29 september een plan om die bedragen in 2027 aanzienlijk te verlagen.

Volgens dat voorstel wordt de nieuwe grens:

  • €30.846 voor alleenstaanden.
  • €61.692 voor fiscale partners.

Dat betekent dat de belastingvrije grens bijna wordt gehalveerd.

Wie jarenlang heeft gespaard en tot nu toe onder de vrijstelling bleef, kan daardoor ineens belastingplichtig worden.

Opvallend is dat op Prinsjesdag aanvankelijk nog een verhoging van de vrijstelling naar €60.098 per persoon was voorzien.

1,2 miljoen nieuwe belastingbetalers

Het kabinet heeft inmiddels berekend hoeveel Nederlanders door de voorgestelde verlaging voor het eerst box 3-belasting zouden moeten betalen.

Dat blijken er ongeveer 1,2 miljoen te zijn.

Volgens de berichtgeving stijgt het totale aantal mensen dat box 3-belasting betaalt daarmee naar ongeveer 3,6 miljoen.

De nieuwe groep belastingbetalers zou gemiddeld ongeveer €90 per jaar extra kwijt zijn.

Dat bedrag lijkt misschien beperkt, maar het is een gemiddelde.

De daadwerkelijke belasting hangt af van hoeveel vermogen iemand bezit en of dat vermogen bestaat uit spaargeld, beleggingen of andere bezittingen.

Voor sommige huishoudens kan de rekening daardoor hoger uitvallen.

Gepensioneerden kunnen ook geraakt worden

Vooral mensen die jarenlang hebben gespaard voor hun oude dag kunnen met de nieuwe grens te maken krijgen.

Neem bijvoorbeeld een gepensioneerd echtpaar dat samen €100.000 op de spaarrekening heeft staan.

In 2026 valt dat bedrag volledig binnen de gezamenlijke vrijstelling van €118.714.

Het echtpaar betaalt daardoor geen box 3-belasting wanneer het verder geen belastbare bezittingen heeft.

Maar onder het nieuwe voorstel verandert dat.

Bij een vrijstelling van €61.692 blijft namelijk €38.308 aan vermogen over waarover het fictieve rendement wordt berekend.

Met het voorlopige rendement voor spaargeld van 1,27 procent en een belastingtarief van 36 procent komt de belasting uit op ongeveer €175 per jaar.

Een echtpaar dat jarenlang geld heeft gespaard, zou dus voor het eerst belasting kunnen betalen over dat vermogen.

Ook alleenstaanden krijgen ermee te maken

Niet alleen stellen worden geraakt.

Ook alleenstaande Nederlanders kunnen door de verlaging boven de belastingvrije grens uitkomen.

Een alleenstaande gepensioneerde met €45.000 spaargeld betaalt onder de huidige vrijstelling geen box 3-belasting.

Wanneer de voorgestelde grens van €30.846 wordt ingevoerd, ligt ruim €14.000 van dat spaargeld boven de vrijstelling.

Dat kan leiden tot een belastingaanslag.

Voor mensen die een financiële buffer hebben opgebouwd voor onverwachte uitgaven, woningonderhoud of zorgkosten, kan dit een nieuwe kostenpost betekenen.

Overigens betaalt iemand niet automatisch 36 procent belasting over het volledige spaarsaldo. De belasting wordt berekend over het belastbare rendement.

Waarom wil het kabinet deze verandering?

De voorgestelde verlaging heeft te maken met de hervorming van box 3.

Nederland werkt aan een nieuw systeem om belasting te heffen over inkomsten uit vermogen.

Dat nieuwe stelsel moet volgens de plannen in 2028 worden ingevoerd.

De overgang brengt kosten met zich mee.

Door de belastingvrije grens in 2027 te verlagen, wil het kabinet naar verwachting ongeveer €396 miljoen extra belastinginkomsten ontvangen.

Die opbrengst moet helpen om de overgang naar het nieuwe systeem te financieren.

Het voorstel zorgt echter voor discussie, juist omdat ook kleinere spaarders ermee te maken kunnen krijgen.

Beleggers kunnen nog meer gaan betalen

Voor Nederlanders met beleggingen of een tweede woning kunnen de gevolgen groter zijn.

Dat komt doordat de Belastingdienst voor verschillende soorten vermogen andere fictieve rendementen gebruikt.

Voor spaargeld wordt voor 2027 voorlopig gerekend met 1,27 procent.

Voor overige bezittingen wil het kabinet het fictieve rendement verhogen van 6,37 naar 7,87 procent.

Over het berekende rendement geldt een belastingtarief van 36 procent.

Daardoor kan iemand met beleggingen aanzienlijk meer belasting betalen dan iemand die hetzelfde bedrag uitsluitend op een spaarrekening heeft staan.

De precieze belastingdruk hangt af van de persoonlijke situatie en de uiteindelijk geldende regels.

De plannen zijn nog niet definitief

Er is één belangrijk detail dat spaarders moeten weten.

De verlaging naar €30.846 staat nog niet vast.

Minister van Financiën Eelco Heinen heeft na kritiek vanuit de politiek laten weten open te staan voor aanpassingen.

Tijdens de behandeling van de plannen is onder meer gesproken over een hogere belastingvrije grens.

Daarbij werd ook een bedrag van ongeveer €50.000 per persoon genoemd.

Het kabinet heeft aangekondigd uiterlijk 2 november duidelijkheid te geven over mogelijke wijzigingen.

Daarna moeten de plannen nog door het verdere parlementaire proces.

Het is dus mogelijk dat de uiteindelijke vrijstelling hoger uitvalt dan het bedrag dat nu in het voorstel staat.

Let op het verschil tussen 2027 en 2028

Er worden momenteel verschillende cijfers genoemd over het aantal Nederlanders dat extra box 3-belasting moet betalen.

Zo werd eerder gesproken over ongeveer 850.000 extra belastingbetalers.

Dat cijfer heeft betrekking op de plannen voor het nieuwe belastingstelsel vanaf 2028.

De 1,2 miljoen extra belastingbetalers uit de recente berekening hebben betrekking op de voorgestelde verlaging in 2027.

Het gaat dus om twee verschillende jaren en verschillende belastingregels.

Daarom is het belangrijk om die aantallen niet met elkaar te verwarren.

Wat betekent dit voor jouw spaargeld?

Wie wil weten of de plannen gevolgen kunnen hebben, moet kijken naar het vermogen dat op 1 januari 2027 aanwezig is.

Daarbij gaat het niet uitsluitend om spaargeld.

Ook beleggingen en bepaalde andere bezittingen tellen mee. Schulden kunnen onder voorwaarden worden afgetrokken.

De eigen woning waarin iemand zelf woont, valt normaal gesproken niet onder box 3.

Voor het belastingjaar 2026 verandert er niets aan de bestaande vrijstelling.

Pas wanneer de definitieve regels voor 2027 bekend zijn, kan worden vastgesteld welke Nederlanders daadwerkelijk extra belasting moeten betalen.

Het is daarom verstandig om nog geen overhaaste financiële beslissingen te nemen op basis van het huidige voorstel.

Wat gebeurt er met de plannen?

De komende weken worden belangrijk voor Nederlandse spaarders.

Het kabinet moet duidelijk maken of het vasthoudt aan de forse verlaging of dat de vrijstelling alsnog wordt aangepast.

Voor de ongeveer 1,2 miljoen Nederlanders die volgens de huidige berekening voor het eerst belastingplichtig zouden worden, kan dat een groot verschil maken.

Vooral voor mensen die jarenlang geld hebben gereserveerd voor hun pensioen of onverwachte uitgaven is het onderwerp relevant.

De discussie draait daarmee om de vraag hoeveel vermogen Nederlanders belastingvrij mogen opbouwen.

Eén ding is duidelijk: als de huidige plannen doorgaan, krijgen veel meer Nederlanders vanaf 2027 te maken met box 3-belasting.

Wat vind jij? Moeten mensen die jarenlang hebben gespaard voor hun oude dag worden ontzien, of is een lagere belastingvrije grens verdedigbaar?

Scroll naar boven