Benzineprijs kruipt opnieuw naar recordhoogte: diesel vormt extra risico

De rust aan de pomp blijkt van korte duur. De landelijke adviesprijs voor Euro95 kan op 23 juli oplopen tot ongeveer 2,62 euro per liter. Daarmee komt benzine opnieuw dicht bij het piekniveau van mei, toen de adviesprijs rond de 2,64 euro lag.

Ook diesel is met circa 2,60 euro per liter stevig aan de prijs. Voor Super wordt ongeveer 2,82 euro gerekend, terwijl LPG rond de 1,25 euro ligt. Het gaat om adviesprijzen: bij onbemande tankstations en pompen buiten de snelweg kan de werkelijke literprijs duidelijk lager uitvallen. Maar goedkoop is anders.

Geopolitieke onrust drijft de prijs op

Volgens energiedeskundige Remco de Boer is er op zichzelf voldoende benzine beschikbaar. De stijging komt volgens hem vooral door geopolitieke onzekerheid en de manier waarop olie- en brandstofmarkten daarop reageren. Spanningen in het Midden-Oosten en onzekerheid over de verhouding tussen de Verenigde Staten en Iran zorgen voor een extra risicopremie.

Daar komt de mogelijke betrokkenheid van de Houthi’s bij. Wanneer belangrijke zeeroutes worden bedreigd of afgesloten, kan de aanvoer van olie en brandstoffen worden verstoord. Alleen de vrees daarvoor kan al genoeg zijn om prijzen op te jagen. Markten wachten doorgaans niet tot een blokkade daadwerkelijk een feit is.

Vooral diesel geldt als kwetsbaar. Die brandstof is onmisbaar voor vrachtverkeer, logistiek en delen van de industrie. Een langdurig hoge dieselprijs raakt daardoor niet alleen automobilisten, maar kan uiteindelijk ook doorwerken in de kosten van vervoer en producten.

Ook raffinaderijen liggen onder het vergrootglas

Autojournalist Coen Grutters wijst daarnaast op de marges van raffinaderijen. Die zouden de afgelopen periode flink zijn gestegen. Dat maakt de situatie extra wrang voor consumenten: terwijl automobilisten steeds meer betalen, worden elders in de brandstofketen forse bedragen verdiend.

Hoe groot de invloed van die marges precies is, wisselt per moment. De literprijs bestaat immers uit meerdere onderdelen, waaronder de olieprijs, raffinagekosten, distributie, btw en accijnzen. Wel is duidelijk dat geopolitiek niet de enige verklaring is voor de rekening die uiteindelijk op het display van de pomp verschijnt.

Voordeel over de grens wordt kleiner

In Spanje kunnen benzine en diesel volgens deskundigen grofweg een euro per liter goedkoper zijn dan in Nederland. Voor vakantiegangers is voltanken daar dus aantrekkelijk, maar voor een aparte tankrit ligt het land uiteraard te ver weg.

België en Duitsland waren lange tijd de logische uitwijkmogelijkheden voor Nederlandse automobilisten. Ook daar zijn de prijzen echter gestegen, waardoor het voordeel kleiner is geworden. Omrijden loont alleen als het prijsverschil groot genoeg is en er voldoende liters worden getankt. Anders wordt de besparing onderweg alweer opgestookt.

Wie de schade wil beperken, kan prijzen vergelijken, buiten de snelweg tanken en kiezen voor onbemande stations. Ook rustig rijden, de bandenspanning controleren en ritten combineren scheelt brandstof. Het zijn geen wondermiddelen, maar bij deze literprijzen telt ieder dubbeltje.

Of de prijzen verder stijgen, hangt vooral af van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, de beschikbaarheid van diesel en de raffinagemarges. Neemt de onrust af, dan kan een deel van de prijsstijging snel verdwijnen. Escaleert het conflict of raakt een belangrijke vaarroute geblokkeerd, dan dreigt juist een nieuwe tegenvaller. Voorlopig krijgt de automobilist dus weinig reden om opgelucht naar het prijsbord te kijken.

Scroll naar boven