Asielzoekers in Nederland met een flinke spaarpot moeten binnenkort een deel van de kosten voor hun plek in de opvang zelf betalen. De Raad van State heeft daar nu definitief groen licht voor gegeven.
Komt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te laat met een besluit over een asielaanvraag, dan volgt er een financiële vergoeding. Officieel heet dat een dwangsom, maar onder asielzoekers staat het bekend als ‘wachtgeld’. De gedachte erachter is simpel: zo zet je druk op de overheid om sneller te werken.

In 2024 ging het echter helemaal scheef. In bijna 30.000 dossiers betaalde de staat een dwangsom uit. Totaalprijs: 36,8 miljoen euro uit de schatkist. Per persoon kon het bedrag oplopen tot 37.500 euro, waardoor sommige asielzoekers inmiddels een aardig vermogen op hun rekening hebben.
Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) mag voortaan mensen met genoeg middelen een eigen bijdrage laten betalen voor hun verblijf. Daarbij telt het hele vermogen mee. De grens ligt op 8.000 euro voor alleenstaanden en 16.000 euro voor gezinnen of samenwonenden. Zit je daarboven, dan kun je een rekening verwachten voor onderdak, sanitaire voorzieningen en maaltijden.
Die aanpak riep weerstand op. Een groep asielzoekers stapte naar de rechter en betoogde dat dwangsommen juist een vergoeding zijn voor het lange wachten en dus niet als vermogen mogen meetellen. Het COA hield voet bij stuk.
De Raad van State koos uiteindelijk de kant van het COA. De compensaties tellen voortaan mee als vermogen. Staat er ‘te veel’ op je rekening, dan draag je mee aan de opvangkosten.
Volgens de hoogste bestuursrechter past dit binnen Europese regels. Die laten toe dat landen een eigen bijdrage vragen aan asielzoekers met voldoende middelen, zolang de basis blijft gegarandeerd. Hoe hoog die bijdrage uitvalt, bepaalt het COA per persoon.
Kort samengevat: de kosten voor opvang blijven oplopen, procedures zijn nog steeds traag en wie als asielzoeker een volle bankrekening heeft, moet voortaan meebetalen. Of je dat eerlijk vindt, daar kun je over twisten — juridisch is de knoop in elk geval doorgehakt.
