E-nummers in een nieuw licht
Jarenlang gold: E-nummers zijn veilig, klaar. Vers onderzoek zet die zekerheid echter op losse schroeven. Voor het eerst is er een link gevonden tussen specifieke conserveermiddelen en een hoger risico op kanker. Het gaat om stoffen die je in talloze ultrabewerkte producten tegenkomt. Hieronder zie je om welke E-nummers het gaat, wat wetenschappers precies zagen en wat jij daar praktisch mee kunt.
Van lof naar vraagtekens
In 2017 kwam microbioloog en voormalig NSC-politica Rosanne Hertzberger met het boek Ode aan de E-nummers. Haar boodschap: angst voor “kunstmatig” is vooral emotie; E-nummers maken eten veiliger en langer houdbaar, en kant-en-klaar doet niet onder voor zelf koken. Negen jaar later voelt die enthousiaste toon een stuk minder vanzelfsprekend. Ultrabewerkt voedsel bevat vaak niet alleen hulpstoffen (conserveermiddelen, emulgatoren, smaakversterkers), maar ook veel geraffineerde koolhydraten en weinig vezels. Daarnaast zijn er vaker stoffen ‘veilig’ genoemd die later toch lastig bleken. En nu zijn er dus data die E-nummers zelf ter discussie zetten.
Wat deden de Franse onderzoekers?
In opdracht van het Franse ministerie van Volksgezondheid volgden onderzoekers ongeveer 105.000 volwassenen. Niemand had bij de start in 2009 kanker; veertien jaar lang is bijgehouden wie dat later wel kreeg. De inname van verschillende conserveermiddelen werd gemeten en mensen met hoge consumptie werden vergeleken met mensen die er weinig van binnenkregen. De resultaten, gepubliceerd in The BMJ, leggen voor het eerst een verband tussen bepaalde E-nummers en een groter risico op specifieke kankersoorten.
Zes bewaarmiddelen springen eruit
Van de 17 beoordeelde middelen werden er zes gelinkt aan een verhoogd kankerrisico, terwijl ze binnen de Europese regels als veilig te boek staan. Het gaat om natriumnitriet (E250), kaliumnitraat (E252), kaliumsorbaat (E202), kaliummetabisulfiet (E224), acetaten (E262) en azijnzuur (E260). Dit zijn de belangrijkste cijfers die gemeld werden.
Natriumnitriet (E250) werd geassocieerd met 32 procent hoger risico op prostaatkanker.
Kaliumnitraat (E252) hing samen met 22 procent meer risico op borstkanker en 13 procent extra risico op kanker in het algemeen.
Kaliumsorbaat (E202) werd gekoppeld aan 26 procent meer risico op borstkanker en 14 procent op alle kankersoorten samen.
Kaliummetabisulfiet (E224) liet 20 procent hoger risico op borstkanker zien en 11 procent op alle kankers.
Acetaten (E262) gingen gepaard met 25 procent meer risico op borstkanker en 15 procent hoger totaal kankerrisico.
Azijnzuur (E260) werd gelinkt aan 12 procent hoger risico op alle kankersoorten.
Waar vind je deze E-nummers?
Deze stoffen kom je vooral tegen in producten waarvan je eigenlijk al wist dat ze geen gezondheidsprijs winnen: ultrabewerkt eten. Denk aan vleeswaren en ander bewerkt vlees, kant-en-klaarmaaltijden, sauzen en marinades, zoete en hartige snacks, frisdrank en ingelegde of voorbewerkte groente. Ook “gemaks”-aardappelproducten (voorgekookt, voorgekruid, voorgesneden) vallen er vaak onder. Kortom: hoe meer fabriek, hoe groter de kans dat deze conserveermiddelen op het etiket staan. Koop je gewoon verse aardappelen en schil je ze zelf, dan omzeil je zulke toevoegingen meestal.

Belangrijk om te weten: een link is geen oorzaak
De studie is degelijk opgezet en liep lang, maar het blijft observationeel onderzoek. Er is dus een verband gevonden; dat bewijst niet dat deze E-nummers de kankers veroorzaakten. Andere factoren kunnen meespelen. Tegelijk is dit wel de eerste keer dat zo’n duidelijke link opduikt, en dat is reden genoeg om je gebruik van ultrabewerkt eten kritisch te bekijken. Vervolgonderzoek moet laten zien hoe sterk en breed dit effect is en of sommige groepen extra kwetsbaar zijn.
Wat kun je zelf doen?
Je hoeft niet meteen alle E-nummers te mijden, maar minder ultrabewerkt eten is sowieso een goede zet. Praktische tips: lees etiketten (korte ingrediëntenlijsten zijn een goed teken), kies vaker voor vers en onbewerkt, kook simpel zelf en bewaar kant-en-klaar voor uitzonderingen. Vervang bewerkte snacks door noten, fruit of yoghurt, en ruil vleeswaren eens in voor hummus, ei of zelf gesneden kipfilet zonder toevoegingen.
Kort samengevat
E-nummers zijn niet per definitie slecht, maar blind vertrouwen is ook niet nodig. Met deze nieuwe gegevens kun je bewuster kiezen. Houd het vooral eenvoudig: hoe minder fabriek en hoe meer echt eten op je bord, hoe kleiner de kans dat je grote hoeveelheden van deze conserveermiddelen binnenkrijgt.
