7 fouten waardoor je pannenkoekenplant steeds doodgaat (en hoe je ze voorkomt)

Zo houd je je pannenkoekenplant springlevend

Je haalt een hip plantje met ronde schijfjesblad in huis en na een tijdje zie je slappe bladeren, vlekjes of lange, scheve stelen. Klinkt bekend? De pannenkoekenplant is heus niet lastig, je moet alleen weten wat ’ie prettig vindt. Hier ontdek je wat voor plant het is, waarom hij zo populair werd, hoe je ’m blij houdt en hoe je zonder gedoe kunt stekken.

Wat voor plant is de pannenkoekenplant?

De Latijnse naam is Pilea peperomioides en hij hoort bij de brandnetelfamilie. Oorspronkelijk komt hij uit het zuiden van China, vooral de hooglanden van Yunnan en Sichuan. In het wild groeit hij op vochtige, stenige plekken met veel licht, maar niet in snoeiharde middagzon.

Zijn bijnaam dankt hij aan de platte, ronde bladeren op slanke steeltjes—net kleine pannenkoeken. Internationaal staat hij bekend als Chinese money plant of UFO plant, omdat de blaadjes lijken op muntjes of zwevende schoteltjes.

Waarom deze groene favoriet zoveel fans heeft

Er zit een leuk verhaal aan vast. In de jaren veertig bracht een Noorse missionaris de plant mee naar Europa. Je kon ’m lang amper in winkels vinden; mensen gaven vooral stekjes door. Zo ontstond de bijnaam ‘friendship plant’. Die gewoonte is gebleven, want een fitte plant maakt vanzelf kleintjes.

Hij past ook mooi bij feng shui: ronde vormen zouden geluk en voorspoed aantrekken. Omdat de bladeren op munten lijken, zien sommigen ’m als symbool voor rijkdom. Of dat echt zo is laten we in het midden, maar het is een charmante gedachte.

Dit zijn de meest gemaakte fouten

Te veel water is de grootste boosdoener. De wortels hebben lucht nodig en verdragen geen constant natte kluit—wortelrot ligt dan op de loer. Op nummer twee staat te weinig licht. In een donker hoekje rekt de plant zich uit richting het raam, met lange, ielige stelen en kleine blaadjes als gevolg. Dat kost energie en oogt rommelig.

De ideale plek in huis

Hij houdt van veel licht, maar niet van felle zon op het blad. Bij een noord- of oostraam zit je meestal goed. Staat hij aan de zuid- of westkant, schuif ’m dan wat van het raam af om bruine plekken door de middagzon te voorkomen. Merk je dat hij naar het licht groeit? Top: dan krijgt hij genoeg. Draai ’m wel elke week een kwartslag om scheefgroei te voorkomen.

Zo geef je water zonder gedoe

Eerst voelen: is de bovenste laag potgrond droog, dan pas gieten. Til de pot even op—voelt die nog zwaar, dan zit er nog genoeg vocht in. In de zomer kom je vaak uit op ongeveer eens per week, in de winter eerder om de twee weken. Twijfel je? Liever een paar dagen wachten dan te enthousiast gieten. En heel belangrijk: laat nooit water in de sierpot of schotel staan, want dan krijg je razendsnel wortelrot.

Pot en potgrond: wat werkt

Kies een pot met drainagegat, zodat overtollig water kan weglopen. Een luchtige kamerplantenmix is prima; wat perliet of grof zand erbij zorgt voor extra zuurstof en snellere droging. Ga niet meteen voor een mega pot—die houdt onnodig veel vocht vast. Verpot steeds één maatje groter, bij voorkeur in het voorjaar, dan herstelt de plant het snelst.

Temperatuur, tocht en voeding

Een kamertemperatuur van 18–24 °C is ideaal. Vermijd tocht, koude nachten en directe hitte van een radiator. Voeding geef je van maart tot en met september ongeveer één keer per maand met een normale vloeibare plantenvoeding op halve sterkte. In de winter kun je mest overslaan.

Zo lees je de signalen van je plant

Gele, onderste bladeren? Vaak simpelweg ouderdom, soms in combinatie met te nat staan. Droge, bruine plekjes duiden meestal op verbranding door de zon. Lange, dunne stelen met weinig blad verraden lichtgebrek. Hangen de bladeren, dan heeft hij dorst of last van stress door verpotten of een plotselinge verhuizing.

In het kort: zo houd je ’m in vorm

Helder, indirect licht, een luchtige potgrond met goede drainage en pas water geven als de bovenlaag opdroogt. Met die drie basics groeit je pannenkoekenplant rustig door en blijft hij vol met frisse, ronde bladeren.

Stekken doe je zo (supersimpel)

De moederplant maakt vaak vanzelf kleine scheutjes naast zich. Laat ze even staan tot ze een paar blaadjes hebben en het steeltje een paar centimeter lang is. Haal de plant uit de pot, schud wat aarde los en snijd het stekje met een schoon mesje weg, mét een stukje wortel. Zet het in een klein potje met verse, licht vochtige potgrond en geef een beetje water. Op een lichte plek zie je meestal binnen enkele weken nieuw blad verschijnen.

Heeft je stekje nog weinig wortels, dan kun je ’m eerst in water laten wortelen. Zorg dat alleen het onderste stukje onder water staat. Zodra er mooie wortels zijn gevormd, gaat het stekje de grond in. Voor je het weet heb je extra plantjes om te houden of cadeau te doen—net als vroeger.

Scroll naar boven